|
Jacques Schoufour
"IEDEREEN KENDE IEDEREEN" Het Rotterdamse havencircuit leerde Schoufour al kennen als jongmaatje. Hij is zo ongeveer de enige Havenman die nog de gehele ontwikkeling van de Rotterdamse haven van na de oorlog heeft meegemaakt. Na een jaar in Londen als havenarbeider te hebben gewerkt ("Daar heb ik leren staken") kwam hij in 1947 bij het familiebedrijf. "In het begin was ik natuurlijk veel te jong om mee te tellen, maar mijn vader zag zeer slecht en nam mij vaak mee naar de vergaderingen van stuwadoors of de SVZ. Daardoor heb ik iedereen uit die tijd leren kennen", vertelt hij. Enkele namen uit die na-oorlogse periode: D.G. van Beuningen (SHV), K.P. van der Mandele (Kamer van Koophandel), Sir William van der Vorm (Holland-Amerika Lijn), de oude heer Backx (vader van Jan Backx, directeur van Thomsen’s Havenbedrijf, later SVZ-voorzitter). Jacques Schoufour: "Het circuit in Rotterdam was maar klein, iedereen kende iedereen. Maar er is natuurlijk veel veranderd. Vroeger waren de Rotterdamse havenbedrijven Rotterdam-gebonden. Daarna zijn al die concentraties en consolidaties gekomen. Dat hield in dat niet langer de baas, maar de havendirecteur naar de SVZ kwam. Daardoor konden die kerels niet langer ja of nee zeggen, die moesten eerst naar hun raad van bestuur lopen. Ik heb nog meegemaakt dat Bernard Ruys in het bestuur van de SVZ zat, dat was toen dus totaal anders." De SVZ was, naast het familiebedrijf, Schoufours tweede tehuis. Na zijn pensionering
was hij enkele jaren voorzitter van deze werkgeversclub, die hij omsmeedde
tot een hechte belangenorganisatie. Schoufour heeft talloze Rotterdamse missies
naar het voor- en achterland meegemaakt. "Vaak waren die missies trouwens
belangrijker voor de mensen aan Nederlandse kant dan dat er werkelijk zaken
werden gedaan. Missies scheppen een onderlinge band. Je leert elkaar beter
kennen en je kunt nog eens vertrouwelijk praten." Het gebeurde wel eens
dat tijdens de bezoeken aan Japan of de VS de gastheren in de late uurtjes
begonnen te zingen. "Dan moesten wij van onze kant ook iets doen. Omdat
ik zo'n harde stem heb moest ik vaak de samenzang leiden. Eens hebben we
dat lied gezongen: Er zat een ekster op het dak, dat beestje kon niet kakken,
enz. Dat werd mooi gedragen gezongen. Ze dachten dat het ons Nederlandse
volkslied was. We kónden niet meer..." Het zal ongetwijfeld de onderlinge
band hebben versterkt. (HL)
GEBOREN 1927 IN ROTTERDAM Geplaatst 19/1/2004 op de website van Havenpersclub ”Kyoto” (www.havenpersclubkyoto.nl) |